10 vragen aan: Wouter Hermelink

6 augustus 2018

Wouter Hermelink (25) uit Neede is een succesvol ruiter en instructeur. Hippisch Achterhoek legde hem tien vragen voor.

1. Hoe ben je in de paardensport terecht gekomen?

Wouter: “Via mijn vader. Mijn vader heeft altijd paard gereden. Zodoende ben ik ook met pony’s in aanraking gekomen. Toen was ik een jaar of 6, 7. Ik heb 10 jaar op voetbal gezeten en de paarden er naast gedaan. Op een gegeven moment was dat niet te combineren en heb ik me toegelegd op de paarden.”

2. Wie zijn jouw leermeesters?

Wouter: “Mijn vader Anton Hermelink is natuurlijk de grootste. Bart Bax heb ik heel veel van geleerd. Daar heb ik twee jaar bij gelest, maar dan was ik echt een hele middag weg, omdat hij niet naast de deur woont. En in mijn ponytijd heb ik één seizoen bij Wout-Jan van der Schans gelest toen ik voor het springen bij het Rabo Talentenplan zat. Daar heb ik ook heel veel van geleerd. Bij Ineke Jansen van Dressuur Training Borculo train ik één keer in de veertien dagen. Zij heeft er echt kijk op. Je leert er echt paardrijden. Hoe rijd je zo’n paard los, hoe bewerk je zijn spieren, etc. Dat neem ik weer mee in mijn lesgeven. Zowel in dressuur als ik in het springen. Daarnaast les ik bij Steven Veldhuis. En hij heeft er ook gewoon heel veel kijk op. Hij rijd zelf ook internationaal en heel veel wedstrijden. Hij rijdt op de Amerikaanse manier. Met een lang teugeltje en vanuit de ontspanning. En als je dat met elkaar vergelijkt, het lesgeven van Ineke en Steven, dan is bij beiden de rode draad wel heel vergelijkbaar. Het is allemaal los in de hand, vanuit de ontspanning. En dat vind ik heel mooi om te zien. Dat dat mooi op één lijn ligt.”

3. Wat wil je uitdragen als je lesgeeft?

Wouter: “Ik vind het heel belangrijk dat mensen bewust gaan paardrijden. Dus niet op een paard stappen en zomaar wat doen, want dat zie je heel veel. Ik deed dat eerder ook: dan ga je op een paard zitten en je hebt dan talent dus je doet maar wat en het gaat goed. Maar vervolgens ga je aan het nadenken van hoe doe ik dat eigenlijk? Als ik denk dat lesklanten mij niet helemaal snappen of ik zie dat het fout gaat, ga ik triggeren. Dan ga ik vragen waarom doe je zoiets of hoe doe je zoiets? Ik wil bewust les geven.”

4. Wat vindt je mooi aan lesgeven?

Wouter: “Ik vind het mooi om op alle verschillende niveaus les te geven. Jonge kinderen lesgeven is nog het mooist. Het moeilijkst ook. Dan moet je écht heel duidelijk zijn. Kinderen doen precies wat jij zegt. Je moet dingen ook heel simpel uitleggen.”

5. Wat voor een type ruiter ben jij?

Wouter: “Ik leid vooral paarden op en ik probeer wel heel bewust paarden op te leiden. Heel rustig te blijven. Ik heb niet de ambitie om top-Grand Prix-ruiter te worden. Dan ben je hele weekenden weg en het kost een hoop geld. En dat vind ik eigenlijk helemaal niet leuk. Ik heb het liefst jonge paarden die niets kennen. Daar ga ik rustig mee aan het werk en dan bouw je een vertrouwensband op.”

6. Wat is jouw favoriete discipline?

Wouter: “Cross. Ik heb nu geen paard dat er zich voor leent. Je moet er wel een paard voor hebben dat een groot hart heeft, goed kan galopperen en zeker weet dat íe het doet. Dat paard had ik, maar dat is momenteel dragend. Ze is veertien en we wilden graag een keer een veulen uit haar.”

7. Wat is je grootste succes tot nu toe?

Wouter: “Ik ben twee jaar terug Gelders kampioen geworden in de M-cross. Ik heb twee keer over Bollert Brons gewonnen. Ik heb in de ponytijd ook veel gewonnen. Ik reed altijd wel op de Gelderse. Mijn grootste succes was eigenlijk toen ik in het kader reed. En daarna heb ik heel veel jonge paarden gehad. Dan rijd je niet altijd mee voor de winst. Ik probeer zo’n paard gewoon netjes op te leiden. Afgelopen zomer heb ik ZZ gereden. Die heb ik rustig daar naartoe opgeleid. En op het moment dat ik ZZ reed en voelde dat ik er een goede barrage mee kon rijden, werd hij verkocht. Ik ga niet met een jong paard in de L volle polle jagen. Ik wil niet dat ze bang worden. Goede paarden opleiden is een vak en dan kun je ze uiteindelijk ook goed verkopen.”

8. Voor welke paardensporter heb jij veel respect?

Wouter: “Jeroen Dubbeldam. Dat is gewoon één van de grootste meesters op dit moment. Hij kan gewoon super goed sturen. En dan word hij aangekondigd als Olympisch kampioen, Europees kampioen, en dan moet hij met Zenith de ring in … ga daar maar eens mee om met die druk. Hij is gewoon een topruiter.”

9. Wat is volgens jou een goed paard?

Wouter: “Een goed paard moet exterieurmatig goed in elkaar zitten. Moet makkelijk kunnen bewegen en moet los kunnen bewegen. Los in het Lichaam. En moet helder in de kop zijn, eerlijk en werkwillig. Sommige dressuurpaarden kunnen geweldig lopen, maar zijn in de kop niet goed. Ik vind het belangrijk dat ze dat wel zijn.”

10. Wat wil je bereiken? / Wat is je doel?

Wouter: “Ik wil voor mezelf beginnen. Ik wil heel graag proberen in de paardensport mijn geld te verdienen. Dat is gewoon knetterhard werken. Maar dat is wel mijn uiteindelijke doel. Dat zal binnen nu en tien jaar nog niet lukken. Daarom probeer ik na mijn studie eerst ergens anders te werken. Beetje pensioen opbouwen, dan ben je ook een stukje verzekerd. Ik probeer eerst te kijken of ik twee/drie dagen in de week in loondienst kan en daarnaast de paarden: de opleiding van jonge paarden, een stukje instructie en paardenhandel. En als dat goed gaat, kan ik dat steeds verder uitbouwen en hoop ik dat volledig te kunnen gaan doen.”

© Hippisch Achterhoek



Deel dit bericht